AhmedMarcouch-2012A.jpg

Speeches


Spinozalezing 2010

Beste mensen, 

Ik begrijp de Koran beter mét Spinoza dan zonder Spinoza. 

Spinoza is door dezelfde God geraakt als ik. De God die zelf deel uit maakt van de schepping, in plaats van zich als schepper van de mens, de natuur en de natuurwetten boven of buiten zijn schepping te plaatsen.

Alle mensen, hoe verschillend ook, zijn verschijningsvormen van God, zegt Spinoza. Dat heeft bij mij ingeslagen als een bom: natúúrlijk, zó is het. Zoals je de kracht van een mes kent aan de diepte van de snee, zo ken je de kracht van de schepper aan zijn creaties. Sindsdien is een dier geen beest meer voor mij, maar een mooi wezen, een creatie van God. 

Spinoza's inzicht dat God de mens, de natuur en de natuurwetten geschapen heeft als verschijningsvormen van God, bood mij een tweede eye-opener: dit maakt het mogelijk dat mensen elkaar begrijpen kunnen. ‘Niet bespotten, niet betreuren, niet veroordelen, doch begrijpen’, zegt Spinoza in zijn Ethica.

De kern van mijn strijd is dat je dit inderdaad doet, begrijpen in plaats van bespotten: de homo's, de joden, de moslims, de afvalligen.

Dwars door de geaardheid van de mens heen kijken, naar de mens als schepping. Wie zich verbergen moet voor spot en geweld, wie een dubbelleven moet leiden, doet afbreuk aan die schepping. De vrijheid van de mens beknotten, is de schepping beroven van zijn zuurstof.

Daarom heb ik de homodiscriminatie in Slotervaart aan de orde gesteld. Ik ben begonnen met een steen in de vijver te gooien: op het Suikerfeest naar de moslimhomo’s in Habibi Ana. Ik heb welbewust EenVandaag meegenomen. Toen kwam het ook in gratis dagblad De Spits, dat goed gelezen blijkt te worden door Marokkaanse mannen in moskeeën.

Vervolgens kreeg ik dertig boze moslimmannen op mijn stadsdeelkantoor. Want moslim én homo, dat kan niet. Het is of moslim of homo. Ik was blij, ik hoefde geen debat te organiseren, zij kwamen het hálen. Wij hebben toen gesproken over de schepping en over de geest van de Koran: ‘als uw zoon of buurjongen een homo is, mag u die als varken wegzetten of wil Allah dat u mensen als mensen behandelt?’ En: ‘Als een homo van zichzelf zegt dat hij gelovig is, dan is hij dat. Andere mensen beoordelen dit niet. Het is een kwestie tussen de homo en Allah.’ Wie religieus gemotiveerd denkt, moet gepareerd worden met religieuze argumenten, anders gaat het leerproces nooit lukken. Iedere pedagoog in de geest van Spinoza weet dat. Van de dertig mannen raakten er tien overtuigd en werden er tien tot twijfelen gebracht, al kostte het twee uur. Er werd over gesproken tot op bruiloften in Breda. Jongeren kwamen naar mij toe en zeiden: ‘Mijn vader is kwaad op u, maar er gebeurde iets wat ik nooit gedacht had dat het ooit zou gebeuren: het woord ‘homo’ viel in onze huiskamer.’

Tegen de moslims die mij vragen waarom ik mij inzet voor homo’s en Joden, zeg ik: de vrijheid van de moslim is dezelfde vrijheid als die van de homo. En het is dezelfde vrijheid als die van de Jood. De vrijheid die jij als moslim vraagt, is de vrijheid die jij de homo en de Jood moet gunnen: de vrijheid om te zijn wie je bent. Langzamerhand dringt het door. Onlangs organiseerde het Marokkaanse jongerencentrum Argan een debat onder Marokkaanse jongeren, met homo’s.

Dit is wat ik geleerd heb. Het allereerste gebod in de Koran luidt: 'Leer', ‘Ikra’. Dat wil zeggen: zoek, denk, onderwijs. Wie vragen stelt, zelf nadenkt, kan niet radicaliseren. Die wordt redelijk, beoefent de rede. Dat is het gevolg van het gebod 'leer!'

Voor mij was dit het aangrijpingspunt om radicale jongeren tot redelijkheid te brengen, het Islamitische gebod ‘leer’. De Koran is ervan doordrenkt, met de nadruk op nadenken, in teksten als ‘Zo zet Allah u zijn woorden uitéén, opdat gij zult nadenken’. En: ‘Willen zij dan niet nadenken, of zijn er sloten op hun hart?’ Wij hebben een de-radicaliseringsprogramma gemaakt vol debatten en trainingen, waardoor jongeren leerden over zich zelf na te denken, zelfkritiek te beoefenen, tot zelfreflectie te komen. Wie religieus gemotiveerd radicaliseert kan ook religieus gemotiveerd tot een redelijke vorm van de Islam gevormd worden.

Leren - in de zin van onderwijzen - begint met begrijpen.

Een docent die een leerling wil léren, begint met de leerling te begrijpen. Wie is deze leerling, welke bagage heeft hij. De docent in de geest van Spinoza is niet zelf het centrum van het universum, hij is niet egocentrisch, hij kijkt naar de leerling. Dat is wat ik beoogde met mijn nadruk op goed onderwijs. Midden in onze probleembuurt stond de allerzwakste school van Nederland, met een alcoholist als schooldirecteur en met docenten zonder enige ambitie. Wij hebben twintig ongemotiveerde docenten ontslagen en vervangen voor nieuwe docenten die wél bereid waren de kinderen te onderwijzen. Daarna hebben wij een nieuwe schooldirecteur aangesteld om deze nieuwe geest in leven te houden.

Ook bij mijn nieuwe invulling van het klassieke verheffen, ben ik schatplichtig aan het Islamitische gebod ‘leer’ en aan het mensbeeld van Spinoza. Ik zie verheffen als een pedagogisch proces. Verheffen gaat niet als je van de ander vraagt zijn bagage achter te laten, verheffen gebeurt juist door de bagage die iemand met zich meedraagt, te ontwikkelen. Een pedagoog in de geest van Spinoza kan dat, omdat hij niét vervuld is van zijn eigen emoties en kennis. Hij is juist empathisch, ziet de emoties en kennis van de ander.

Een pedagoog in de geest van Spinoza maakt met zijn verheffingsideaal de ander niet afhankelijk, hij gooit geen touw naar beneden en zegt 'laat alles wat je zelf in huis hebt maar achter, ik trek je wel omhoog'. Nee, hij komt naar je toe en klautert met je mee omhoog. Ik noem dat: 'wacht niet op welzijn, kom in beweging, neem je leven in eigen hand. Leer de taal, zoek een baan, ga naar school, voed je kinderen op, wees de architect van je eigen geluk.’ In Slotervaart ben ik dan ook meteen naar alle ouderavonden gegaan, ik trof halflege zalen aan en ben de buurt ingegaan, om de ouders op te roepen wel naar de school te gaan, contact te leggen met de docenten, kwaliteit en ambitie te eisen: ‘jullie komen in opstand tegen betaald parkeren, loop liever te hoop voor goed onderwijs voor je kinderen.’ De ouders schrokken er enorm van, maar een jaar later zaten de schoolaula’s vol tijdens ouderavonden.

Sowieso verlang ik van instituten dat zij kwaliteit leveren. Daarom heb ik de Regionale OpleidingsCentra voor middelbaar beroepsonderwijs, de ROC’s voor mbo’s, achtervolgd. Door een meldpunt te openen waar de klachten uit het hele land binnenstroomden, door opiniestukken te schrijven, landelijke media in te schakelen, zelf mee te gaan naar de demonstratie en door kamervragen te stellen. Net zo lang tot de scholen bereid waren over hun kwaliteit na te denken in plaats van over hun financiële reserves.

Onlangs bleek dat er nu inderdaad een aantal scholen zijn die wél Nederlands en Engels zijn gaan geven, die hun lesuitval niét verstopten achter nepuren voor zelfstudie, met onderwijsassistenten, via verlengde stages en excursies. Die wél bereid zijn er een paar lesuren bij te doen op het minimum voorgeschreven aantal lesuren van circa 18 per week. De leerlingen reageerden meteen en gaven juist deze scholen een hoger cijfer. ‘Wij willen les’, zeggen de leerlingen. Het Islamitische gebod ‘Leer’ blijkt een universele basisbehoefte.

Het mooiste compliment van de jongerenwerkers in Slotervaart dat ik kreeg was: 'Ahmed, wij kunnen ons werk weer doen. Je hebt ons ertoe aangezet de criminele jongens uit de jongerencentra te weren, jij hebt ons gezegd: jullie kunnen beter vijf jongens helpen zich te vormen, dan oppasser spelen voor vijftig criminele jongens.' Wie jongeren wil vormen, moet ervoor zorgen dat de jongeren die niet willen deugen bij de politie terecht komen. Ik heb ervoor gezorgd dat de agenten die dat kunnen – opsporen, aanhouden en verhoren – naar Slotervaart kwamen. De politieagent die dat kan, is de agent die thuis is in het milieu, de agent die Hassan kan onderscheiden van Houssain, als het om wijken gaat waar veel Marokkanen wonen. Ik heb de Gouden Gang van de politie niet bestormd om uit liefdadigheidsoverwegingen Marokkaanse agenten naar Slotervaart te krijgen, vanwege de afspiegeling van de samenleving, nee – ik heb de korpschef en de burgemeester zover gekregen, omdat Marokkaanse agenten in deze wijken iets kunnen wat Hollandse agenten niet kunnen: recht op het doel af, de daders eruit vissen en verhoren tot zij de waarheid vertellen.

Het is echt niet zo moeilijk, de criminele jongeren scheiden van de welwillende jongeren en hen onschadelijk maken. Het is mentaal zwaar, om de jongeren ervan te overtuigen dat etnische solidariteit vals is, dat zij zich solidair moeten betonen met wie deugt, om de politie ervan te overtuigen dat welzijn niet helpt als een jongen crimineel is en om de multiculti’s ervan te overtuigen dat criminele jongens alleen met straf, reclassering en resocialisatie te redden zijn. En dat onderwijs en werk geen concurrerend aanbod hebben zolang jongeren rijk kunnen worden met criminaliteit – dus zolang de pakkans gering is.

Beste mensen,
Terug naar Spinoza.
Het onderwijs verwaarloost Spinoza.
Kinderen kunnen het wereldbeeld, het mensbeeld en het godsbeeld van filosofen als Spinoza gemakkelijk aan. Toch is Spinoza lange tijd vergeten en onttrokken aan de blik van kinderen.

Ik vermoed dat zelfs de leerlingen van het Spinozalyceum hier in Amsterdam tegenwoordig nauwelijks leren wie Spinoza was en wat hiervan de betekenis kan zijn voor onze huidige samenleving. Geschiedenisdocenten hoéven helemaal niet met vrijblijvende geschiedenisverhaaltjes en kleurige tekeningetjes door de knieën voor hun leerlingen, zij kunnen de leerlingen ertoe brengen dat die hun nék strekken, zij kunnen met hun lessen de kinderen grote ogen en oren geven die hen toegang verschaffen tot filosofen als Spinoza.

Daarom wil ik de Amsterdamse Spinozakring oproepen er bij de bonden voor geschiedenisdocenten op aan te dringen dat zij Spinoza opnemen in hun curriculum. Niet alleen voor de havo en voor het vwo, maar ook voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs vmbo en voor het middelbaar beroepsonderwijs mbo. 

Wat de leerlingen in de vele Overtoomse Veldjes van Nederland zich meteen helemaal kunnen voorstellen, is de verkrampte allochtone gemeenschap waarin Spinoza leefde, als kind van gevluchte Portugees-Joodse ouders. Ook al is het bijna vier eeuwen geleden en heet de Nieuwmarkt al lang geen Vlooienburg meer.

Want de situatie waarin Spinoza leefde, lijkt enorm op wat onze allochtone kinderen zelf aantreffen in hun eigen wijk, in Schalwijk te Haarlem, in Ede-Zuid of in Overtoomse Veld te Amsterdam Nieuw-West. Dat was voor mij een verrassing, één van de ontdekkingen die ik deed toen ik mij voorbereidde op deze lezing.

Na decennia van gedwongen bekeringen tot het Katholicisme in Portugal was de kennis over het joodse geloof bij aankomst in Amsterdam behoorlijk vervaagd onder de gevluchte Portugese Joden. Zij waren de eerste Joden in Amsterdam, de Oost-Europese Joden kwamen zo’n twintig jaar later, er waren in Amsterdam dus ook geen rabbijnen. Daarom importeerden zij orthodoxe Joodse theologen uit ondermeer het Joods-Marokkaanse centrum Fez, dat toen voor de Joden was wat Rome nu voor de Katholieken is, een belangrijk religieus centrum.

De radicalisering die hierdoor ontstond onder de Portugese Joden in Amsterdam, probeerden zij in eigen kring te beteugelen, op discrete wijze, want zij waren er sowieso enorm beducht voor de Gereformeerden te irriteren in dit Amsterdam van Calvijn.

Daar kwam ook nog de angst bij voor de Portugese religiepolitie, als die ontdekten dat de Portugese Joden eenmaal in Amsterdam tóch weer terugkeerden naar hun Joodse geloof, werden hun achtergebleven familieleden in Portugal gefolterd.

Er waren dan ook uitgebreide Joodse voorschiften in eigen kring, om geen aanstoot te geven aan de buitenwereld. Zoals:

- leen geen Joodse boeken uit aan Gereformeerden, voorkom dat je verdacht wordt van zending bedrijven
- Praat niet over je geloof op verjaardagsfeestjes

Wie dit type voorschriften herhaaldelijk overtrad, kwam in de ban. Ook Spinoza kreeg een cherem, een banvloek die Spinoza tot onrein verklaarde en waardoor de joodse gemeenschap niet meer met hem om mocht gaan. Bij hem heeft dit een andere oorzaak dan omgangsregels.

Het ging om een mix aan:

- een Godsbeeld dat te veraf stond van een God als persoon
- het staatsrecht hoger stellen dan het Joodse familierecht.

Spinoza moest volgens de Joodse wet de schulden betalen die zijn gestorven vader achterliet. Zijn vader was als handelsman failliet geraakt en had vele schuldenaren. Volgens de Nederlandse wet hoefde Spinoza de schulden niet te betalen, hij was als dertienjarige erfgenaam minderjarig.

De religieuze wetten boven de staatswetten stellen, dat komen wij ook in huidige radicale moslimkringen tegen, bij jongeren die anderen verbieden om te stemmen: ‘niemand gaat boven Allah, ook de Nederlandse regering niet’, stellen zij. Ook ik, toen ik stadsdeelvoorzitter werd, kreeg brieven van radicalen: ‘Als politieagent was u al haram, als bestuurder bent u nu extra haram, niet waard te leven’.

De Syrische Imam Fawaz gaf mij het fatwa ‘hypocriet’. Verder word ik uitgescholden voor ‘zemmel’, homo in het Marokkaans, als ik door de buurt loop. En voor Shekkam, verrader. Sommigen doen het wat intelligenter en belasteren mij.

Het zijn alle daden om mij welbewust te ex-communiceren uit de gemeenschap, mij buiten de orde te plaatsen, mij onschadelijk te maken. Ook veel autochtone Nederlanders doen daar aan mee, zij verdenken mij ervan een wolf in schaapskleren te zijn met als verborgen agenda: Nederland islamiseren. Waarschijnlijk islamiseer ik nu volgens hen de Paradiso. En vooral Spinoza.

En ik moet bekennen, ik wil Spinoza inderdaad graag opnemen in de rij belangrijke personen die voor de moslims van grote inspirerende waarde zijn. Ik vermoed dat Spinoza ook wel eens beïnvloed zou kunnen zijn door de Islamitische filosoof Averroes, of te weI Ibn Rushd, in de twaalfde eeuw geboren in Cordoba en gestorven in Marrakesh. Of door diens tijdgenoot Ibn Alarabi, eveneens een Moorse filosoof die leefde in Andalusië.

Het verwonderlijke is dat de Portugees-Israëlitische gemeenschap de banvloek op Spinoza handhaaft tot op de dag van vandaag.

Wat zou het geweldig zijn als de Portugees-Iraëlische gemeenschap de grootheid vertoont om dit nu eindelijk zo snel mogelijk te herroepen! 

De wijk Vlooienburg uit de tijd van Spinoza verarmde langzaam nadat de Duitse Joden er kwamen wonen en verarmde definitief, toen aan de buitenkant van de stad nieuwe wijken gebouwd werden waar de middenklasse families heen trokken. In de Tweede Wereldoorlog raakte deze joodse wijk nabij het Waterloo plein geheel ontvolkt – wat gezegd kan worden in een simpele zin, maar waar een afgrijselijke geschiedenis achter zit die ons tot op de dag van heden traumatiseert. De wijk werd onherkenbaar verbouwd tot de huidige Nieuwmarkt.

Herbouw is een belangrijke boodschap. In de overbelaste allochtonenwijk Overtoomse Veld heb ik enorm aangedrongen op nieuwbouw bouwen, in snel tempo. Juist omdat fatsoenlijk wonen zo cruciaal is – weg met de overbevolkte verpauperde portiekwoningen. De nieuwe appartementen en gezinswoningen veranderen de wijk totaal.

En daar, in die buurt is Spinoza, al dan niet verbannen door de Portugese Joden, enorm van waarde. Het brengt mij op het idee dat het een sterke betekenisvolle boodschap zal zijn als de gemeente Amsterdam het August Allebéplein na de verbouwing een nieuwe naam geeft: het Spinozaplein, vernoemd naar het kind van gevluchte Joods-Portugese ouders dat onze denkkracht vleugels gaf.

En vestig hier het Spinozacentrum midden op dit nieuwe Spinozaplein in het Overtoomse Veld, met een nieuwe school die wij basisschool Spinoza noemen.

Dus Amsterdamse Spinozakring, stop met uw pleidooi voor het Spinozacentrum in het centrum bij het stadhuis. Wendt uw blik naar buurten als in Nieuw-West. Lever uw bijdrage aan een buurt die dit ontbeert: een filosoof als Spinoza om zich aan op te trekken.